Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 327 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
Voor de beantwoording van de vraag wie het procesdossier samenstelt, wat processtukken zijn en welke informatie uit het procesdossier mag blijven, ontbrak ten tijde van het geding een algemene wettelijke regeling. Het Wetboek van Strafvordering kende, afgezien van de algemene bepalingen voor tijdelijke onthouding van processtukken (art. 30 ev Sv) en de verbaliseringsverplichting, een gering aantal wettelijke voorschriften waarin permanente afscherming van bepaalde gevoelige informatie door de rechter-commissaris in bijzondere gevallen is toegestaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om de permanente afscherming van de identiteit van bedreigde getuigen (art. 226a ev Sv) en afgeschermde getuigen (art. 226m ev Sv). Ook voorziet artikel 187d Sv in de mogelijkheid voor de rechter-commissaris om bepaalde informatie waarover getuigen zijn gehoord af te schermen. Daarnaast bevat de wettelijke kroongetuigenregeling één specifieke bepaling in verband met dossieropbouw, te weten artikel 226h lid 4 Sv, waarover hierna meer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 147605 tot 148639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256