Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 328 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
Aan de basis van dossiervorming in strafzaken ligt de verbaliseringsplicht van de opsporingsambtenaar zoals vervat in de artikelen 152 en 155 Sv en nader vormgegeven in de jurisprudentie. Uitgangspunt daarbij is dat van voor enige door de rechter in het eindonderzoek te nemen beslissing relevante informatie telkens proces-verbaal wordt opgemaakt. Belangen van derden en/of van verdere bruikbaarheid van een opsporingsmethode vormen op zichzelf onvoldoende grond om het opmaken van proces-verbaal achterwege te laten, nu aan die belangen tegemoet kan worden gekomen door de wijze waarop de desbetreffende verrichtingen en bevindingen in het proces-verbaal worden gerelateerd. Dit kan wel reden zijn om een proces-verbaal niet onnodig gedetailleerd te maken.xxiii
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 148659 tot 149435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256