Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 330 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
Eenzelfde relevantiecriterium is terug te vinden in vaste jurisprudentie rondom de bepalingen over tijdelijke onthouding van processtukken (zgn. Dev Sol-jurisprudentie).xxv Hieruit volgt dat het procesdossier primair onder leiding en in opdracht van de officier van justitie wordt aangelegd uit het onderzoeksdossier.xxvi Alle vastgelegde gegevens die van invloed kunnen zijn op enige door de rechter - op de voet van de artikelen 348 en 350 Sv - te nemen beslissing moeten daarbij uit het dossier kenbaar zijn. De officier van justitie voegt wat betreft de bewijsvraag de stukken aan het procesdossier toe, inhoudende de resultaten van het opsporingsonderzoek die van invloed kunnen zijn op de beoordeling van het bewijs. In gevolge het uitgangspunt dat het strafproces de materiële waarheidsvinding dient, gaat het daarbij niet alleen om stukken die van belang kunnen zijn in voor verdachte belastende zin, maar uiteraard ook om stukken die redelijkerwijs van belang zouden kunnen zijn in voor hem ontlastende zin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 150588 tot 151618.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256