Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 343 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

De kroongetuige is een getuige, een verdachte én een contractspartner van de Staat. Op grond hiervan neemt hij een bijzondere positie in binnen het strafvorderlijke systeem. Een kroongetuige heeft, gelijk iedere getuige, de wettelijke verplichting om volledig en naar waarheid te verklaren en is daarbij gehouden antwoord te geven op vragen die relevant zijn voor de beoordeling van enige door de rechter te nemen beslissing ex artikel 348 en 350 Sv. In het strafproces wordt immers aan materiële waarheidsvinding gedaan. Voorafgaand aan zijn verhoor wordt de kroongetuige door de rechter - rechter-commissaris of zittingsrechter - beeëdigd dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal verklaren (zie de artikelen 215 en 290 Sv). De verplichting volledig en naar waarheid te verklaren kan worden beperkt door het verschoningsrecht van de artikelen 217 en 219 Sv (kort gezegd: een getuige mag zwijgen op vragen indien beantwoording voor de getuige dan wel bepaalde aanverwanten risico van strafrechtelijke veroordeling oplevert) en door de bevoegdheid van de rechter om antwoorden op bepaalde vragen te beletten krachtens de artikelen 293 en 187d Sv in verband met onder andere zwaarwegende opsporingsbelangen die zich daartegen verzetten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 158374 tot 159640.