Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 354 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

Het openbaar ministerie schaart de fase voorafgaand aan de totstandkoming van de OM-deal geheel onder het vertrouwelijk overleg en stelt dan dat de vastgelegde uitlatingen van [medeverdachte 8] uit die fase vallen onder de in de Dev Sol jurisprudentie aangeduide 2e categorie, omdat het hier meer om vertrouwelijke CIE-inlichtingen gaat dan om bewijs. Dan kan op grond van een belangenafweging deze informatie worden achtergehouden en geldt alleen een inbrengplicht indien het om ontlastend materiaal gaat. Volgens het openbaar ministerie verandert dit niet, indien nadien een OM-deal is gesloten. Ook als de uitlatingen onder "material evidence" dienen te worden begrepen, was het volgens het openbaar ministerie nog op grond van EHRM-uitspraken tot een belangenafweging gerechtigd en mochten deze uitlatingen worden achtergehouden. De weglatingsafspraak was dus ook gewoon toelaatbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 164023 tot 164923.