Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 378 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

Door akkoord te gaan met de voorwaarde van [medeverdachte 8] dat hij over een medeverdachte niet zou hoeven verklaren, werd bij hem ten onrechte het vertrouwen gewekt dat hij onvolledig mocht zijn in zijn zittingsverklaringen in weerwil van zijn wettelijke verplichtingen. Een kroongetuige moet immers zoals iedere getuige krachtens de wet volledig en naar waarheid verklaringen afleggen. De achtergehouden informatie was voorts evident relevant voor de beoordeling door de zittingsrechter van de aan verdachten ten laste gelegde moorden op [persoon 1] en [persoon 4]. De kluisverklaringen van [medeverdachte 8] over deze misdrijven waren processtukken en hadden volledig ingebracht moeten worden. Door deze informatie daaruit weg te houden werden procespartijen en de zittingsrechter vanaf het begin niet volledig en juist geïnformeerd over de verklaringen van de kroongetuige aangaande deze ten laste gelegde dealfeiten. Met deze afspraak bracht het OM zichzelf bovendien in een positie dat het niet meer volledig in staat zou zijn te voldoen aan zijn verplichting om verdediging en rechtbank volledig inzicht te verschaffen in de deal en de totstandkoming daarvan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 179382 tot 180564.