Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 384 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
De stelling van het openbaar ministerie, tot slot, dat het zich door de weglatingsafspraak jegens [medeverdachte 8] gehouden achtte tot vertrouwelijkheid, kan het openbaar ministerie niet disculperen, nu de afspraak op zichzelf al ontoelaatbaar was. Overigens kan in gevallen als deze volledige vertrouwelijkheid, zonder enig voorbehoud in welke vorm dan ook, nooit rechtmatig worden toegezegd. De rechtbank wijst in dit verband op het bepaalde in artikel 3:2 Instructie CIE-Officier van justitie waaruit volgt dat de CIE een informant meedeelt dat de toegezegde afscherming kan vervallen, onder meer op grond van een zwaarwegend belang als de integriteit van de opsporing. Daar komt bij dat [medeverdachte 8] kennelijk al in 2008 een aanbod aan de CIE-Officier van justitie had gedaan om in ruil voor zes maanden gratie alsnog over [persoon 12] te gaan verklaren, waarmee hij kennelijk terugkwam op zijn in stelling gebrachte veiligheidsargument. De rechtbank acht het onbegrijpelijk dat naar aanleiding daarvan niet eerder is gezocht naar een manier om de [persoon 12]-informatie in te brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 184778 tot 185888.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256