Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 425 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

Wat betreft [medeverdachte 1] is in dit verband bepleit dat [medeverdachte 8] aan zogenaamde in-de-plaats-stellingen heeft gedaan en [medeverdachte 1] heeft genoemd daar waar hij over [persoon 12] had moeten verklaren, maar dat achterhield. Deze stelling van de verdediging is echter onvoldoende aannemelijk geworden. De verdediging heeft ook betoogd dat bij [medeverdachte 1] ten onrechte het volle gewicht van opdrachtgeverschap was komen te liggen door uit de 1e kluisverklaring van [medeverdachte 8] weg te laten dat [medeverdachte 1], die volgens [medeverdachte 8] had aangegeven dat [persoon 4] prioriteit had (om te worden vermoord), dit in opdracht van [persoon 12] moest doorgeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 208148 tot 208852.