Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 478 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het openbaar ministerie vanaf het moment dat er signalen begonnen op te komen over een mogelijke strafrechtelijk relevante betrokkenheid van [medeverdachte 8] bij één of meer andere levensdelicten dan hij had bekend, hiervoor de ogen lijkt te hebben gesloten. Reeds in 2007 heeft het openbaar ministerie blijk gegeven van een onkritische houding tegenover [medeverdachte 8] door niet aan te slaan op CIE-informatie van F3 waaruit kon blijken van actieve betrokkenheid van [medeverdachte 8] bij andere moorden dan hij had bekend. Nadien lijkt het openbaar ministerie in de kwestie [persoon 10] steeds te hebben geopereerd vanuit een grondhouding waarin geen ruimte bestond voor de mogelijkheid dat het door de verdediging geschetste scenario op waarheid berust. De rechtbank acht deze grondhouding laakbaar.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 222076 tot 222948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256