Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 488 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

De rechtbank constateert dat genoemde onvolkomenheden en fouten een schending van artikel 152 Sv opleveren. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het openbaar ministerie met een aantal van deze de fouten te laconiek is omgegaan nadat de verdediging daarop had gewezen. Zo heeft het openbaar ministerie een foutieve weergave van de verklaringen van enkele getuigen in het proces-verbaal van 23 september 2010 bij requisitoir herhaald en heeft het bij repliek uitsluitend gesteld dat het parafraseren van in het dossier aanwezige verklaringen geen deel uitmaakt van het voorbereidend onderzoek en derhalve in het kader van artikel 359a Sv niet tot enig gevolg kan leiden. Het openbaar ministerie lijkt zich aldus te weinig te realiseren dat de rechter en de verdediging moeten kunnen afgaan op de weergave van feiten in processen-verbaal van bevindingen en in requisitoir. Evenwel zijn de geconstateerde gebreken naar het oordeel van de rechtbank in de loop der tijd voldoende hersteld of gecompenseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 229498 tot 230514.