Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 520 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
Geconstateerd moet worden dat de verklaringen van F3 afgelegd bij de CIE en later bij de rechter-commissaris en ter zitting op onderdelen verschillen. Zo heeft F3 bij de CIE niets verklaard over een loods waarin [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4] iemand zouden hebben vermoord, waar F3 zich dat later wel lijkt te herinneren. Ook is de verklaring bij de CIE in meerdere opzichten zeer belastend voor [medeverdachte 4], waar F3 [medeverdachte 4] later nadrukkelijk uit de wind lijkt te houden. Daartegenover staat evenwel dat de CIE-informatie van F3 ook getuigt van daderinformatie waar het gaat om een schot in het hoofd en het feit dat het slachtoffer een "grote vent" zou zijn.l Ook overigens lijkt het erop dat de CIE-informatie van F3 in het licht van de later door F3 afgelegde verklaringen en bezien in samenhang met de inhoud van de verklaring van [medeverdachte 4], betrekking heeft op de dood van [persoon 10].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 243098 tot 244036.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256