Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Alinea 522 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.

Verder is van belang dat [medeverdachte 8] naar het oordeel van de rechtbank weinig substantieel heeft gereageerd op de soms gedetailleerde beschuldigingen van [medeverdachte 4] en de overige [persoon 10]-getuigen. Zo heeft hij zelf nooit enig verzoek gedaan tot nader onderzoek, een proceshouding die de rechtbank, gelet op hetgeen [medeverdachte 8] wel over deze zaak heeft verklaard, onverklaarbaar acht. In de reactie van [medeverdachte 8] valt veeleer een bevestiging te lezen van de stelling van de verdediging dat hij wel betrokken is bij de moord op [persoon 10]. [medeverdachte 8] heeft immers zelf verklaard dat F3 hem in 2005, kort na de moord op [persoon 33], [persoon 14] en [persoon 1] binnen een tijdsbestek van enkele dagen, had gevraagd of 'zij daar achter zaten', doelende op [medeverdachte 8] en [medeverdachte 4].li Deze vraag zou naar inschatting van de rechtbank alleen dan bij F3 hebben kunnen opkomen indien F3 het voor mogelijk hield dat [medeverdachte 8] tot een liquidatie in staat was. Volgens [medeverdachte 8] had hij echter nooit met F3 over een door hem gepleegde liquidatie gesproken en was [persoon 1] de eerste en enige liquidatie waar hij als schutter bij betrokken is geweest. Hoe het dan kan dat F3 toch deze vraag stelde kan [medeverdachte 8] niet verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 244548 tot 245859.