Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Alinea 537 Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de uitlokking van de moord op [persoon 1] (feit 1) en van de moord op [persoon 4] (feit 2) en evenmin dat [verdachte] leiding heeft gegeven aan een criminele organisatie, gericht op liquidaties (feit 3). Hierboven heeft de rechtbank reeds overwogen dat de verklaringen van [medeverdachte 8] in de zaak tegen [verdachte] van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Het overige bewijsmateriaal is naar het oordeel van de rechtbank ontoereikend om tot een veroordeling van [verdachte] voor deze feiten te komen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de, en de alinea staat in dat document op bytes 253061 tot 253745.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/686fa1df2d6defb5e80b6d0f2b1841c08b9e590dd087fa5ff28f6c9b6850c0de | shasum -a 256