Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 mei 2013

Alinea 103 Rechtbank Amsterdam 6 mei 2013

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 mei 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ9607.

5.28. Uit het voorgaande volgt dat de door de Belastingdienst gevraagde voorzieningen zullen worden toegewezen, met dien verstande dat zal worden bepaald dat de opgevraagde gegevens en inlichtingen niet aan de oplegging van fiscale of strafrechtelijke sancties ten grondslag mogen worden gelegd, tenzij de Hoge Raad in het op 7 juni 2013 te verwachten arrest, waarvoor voornoemde conclusie van Wattel is genomen, oordeelt dat artikel 6 EVRM hieraan niet in de weg staat. De hierna te vermelden termijn komt de voorzieningenrechter redelijk voor, nu [gedaagde] voor het verkrijgen van eventuele bescheiden naar alle waarschijnlijkheid afhankelijk is van derden. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden. Voor een verdere matiging ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d9467499153ef117b1477a96ec111d5bb7ebb21b80f68b9075b8aeb7bff13cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d9467499153ef117b1477a96ec111d5bb7ebb21b80f68b9075b8aeb7bff13cf, en de alinea staat in dat document op bytes 41915 tot 42736.