Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 januari 2014
Onder 5.6. Rechtbank Amsterdam 8 januari 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 januari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:12.
Artikel 6:159 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat voor een contractsoverneming een schriftelijke overeenkomst en instemming van de wederpartij is vereist. Gesteld noch gebleken is dat aan deze voorwaarden is voldaan. Habitat heeft geen schriftelijke overeenkomst in het geding gebracht. Verder stelt Luxembourg onweersproken dat zij niet met een dergelijke overneming heeft ingestemd noch daaraan heeft meegewerkt. Verder verliep de correspondentie tussen partijen via [naam 2] namens Habitat en hoofdzakelijk op briefpapier Habitat. De omstandigheid dat de feitelijke werkzaamheden volgens Habitat vanaf begin 2010 door Habitat UK zijn overgenomen, maakt dit niet anders. Daarbij komt dat Habitat ter comparitie heeft erkend dat de door Luxembourg betaalde royalty’s gefactureerd zijn door Habitat en aan alle entiteiten van Habitat ten goede zijn gekomen. Op grond van het voorgaande is de conclusie dat Habitat de contractspartij van Luxembourg is bij de franchiseovereenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dc9bc6014aa6a4a71b85434918eb885c7e852534c92d91c6dcbe996343bd6f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dc9bc6014aa6a4a71b85434918eb885c7e852534c92d91c6dcbe996343bd6f2, en de alinea staat in dat document op bytes 37151 tot 38158.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8dc9bc6014aa6a4a71b85434918eb885c7e852534c92d91c6dcbe996343bd6f2 | shasum -a 256