Citaat | Rechtbank Amsterdam 26 maart 2014

Onder 4.2. Rechtbank Amsterdam 26 maart 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 26 maart 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1529.

London stelt dat [eiser] in elk geval twee van de drie gestelde vragen op het aanvraagformulier met “ja” had moeten beantwoorden. Zij stelt voorts dat als [eiser] dat had gedaan, London aanvullende vragen zou hebben gesteld en dat zij de klachten van [eiser] vervolgens op het polisblad zou hebben vermeld als zijnde een van de verzekering uitgesloten aandoening, letsel of ziekte. Op grond van artikel 7:930 lid 4 BW is de verzekeraar geen uitkering verschuldigd indien zij bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten. Van die situatie is hier sprake, aldus London.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5d87efd2f54b953d8471f49f07c1a32dec9a285fdeb47426fb134d0af03284d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5d87efd2f54b953d8471f49f07c1a32dec9a285fdeb47426fb134d0af03284d, en de alinea staat in dat document op bytes 26835 tot 27451.