Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 april 2014

Onder 1.6. Rechtbank Amsterdam 29 april 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2237.

Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Eiser heeft - kort samengevat- aangevoerd dat bij besluit van 22 mei 2008 zonder enig voorbehoud een ligplaatsvergunning is verleend. Verweerder wist volgens eiser dat de woonark te hoog was, maar heeft nooit kenbaar gemaakt dat deze nog moest zakken. Eiser heeft er daarom op mogen vertrouwen dat de situatie in orde was. Daarbij is het niet duidelijk hoeveel centimeter de woonark precies de toegestane 2,50 meter overschrijdt en eiser gaat dan ook uit van het rapport van Nieman. Eiser zich op het standpunt gesteld dat gelet op de grote (financiële) consequenties van het verlagen van de woonark, zijn belang zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij handhaving. In dit verband heeft eiser tevens aangevoerd dat verweerder voor diverse te hoge woonboten in de omgeving van eisers woonark ligplaatsvergunningen heeft verleend. Het belang van verweerder bij handhavend optreden is volgens eiser dan ook niet groot. Voorts heeft eiser aangevoerd dat de begunstigingstermijn van zes weken te kort is omdat verlaging van de woonark niet mogelijk is binnen die termijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/291ec666aab64ead12f5953169c4c29a35784606d7a5f0e9b77a1eb7a75b2930. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 291ec666aab64ead12f5953169c4c29a35784606d7a5f0e9b77a1eb7a75b2930, en de alinea staat in dat document op bytes 10800 tot 12001.