Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 april 2014
Onder 3.3.4. Rechtbank Amsterdam 16 april 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2292.
De Staat betwist dat het OM op 27 februari 2007 wist dat sprake was van oplichting door Easy Life in de door de Stichting c.s. gestelde omvang. Het OM heeft er dan ook terecht voor gekozen nader (strafrechtelijk) onderzoek te doen. De Staat voert aan dat de advocaat-generaal een discretionaire bevoegdheid heeft om al dan niet een enquête te verzoeken, zodat het het OM vrij stond te kiezen voor het strafrechtelijke traject (de kerntaak van het OM). Dit te meer nu de advocaat-generaal voorafgaand aan het indienen van een enquêteverzoek zijn bezwaren tegen het beleid kenbaar had moeten maken aan de onderneming, hetgeen een groot risico op frustratie van het strafrechtelijk onderzoek met zich meebracht. Verder was ten tijde van de aangifte door AFM geen sprake van het vereiste openbaar belang, nu alleen vaststond dat twee participanten onder de coupuregrens van EUR 50.000 hadden ingelegd. Ook betwist de Staat dat een enquêteverzoek zou hebben geleid tot een voorlopige voorziening die een einde zou hebben gemaakt aan de oplichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a, en de alinea staat in dat document op bytes 77768 tot 78826.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a | shasum -a 256