Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 april 2014

Onder 4.2. Rechtbank Amsterdam 16 april 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2292.

Op grond van de (tot 1 januari 2007 geldende) Wte 1995 was AFM bevoegd, voor zover hier relevant, tot het uitoefenen van toezicht, respectievelijk handhavend optreden, ten aanzien van (i) het verbod om zonder goedgekeurd prospectus effecten aan te bieden (artikel 3 lid 1 (oud)) en (ii) het verbod om zonder vergunning diensten te verrichten of aan te bieden als effectenbemiddelaar (artikel 7 (oud)). Ten aanzien van het in artikel 3 (oud) Wte 1995 opgenomen verbod is van belang dat op grond van artikel 1c (oud) Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 een vrijstelling gold voor de aanbieding van effecten aan het publiek indien de aangeboden effecten – kort gezegd – een (nominale) waarde hadden van ten minste EUR 50.000 (per effect). Onder de Wte 1995 was het toezicht van AFM beperkt tot de vraag of er een goedgekeurd prospectus was vereist. Daartoe moest AFM twee vragen beantwoorden: (i) of er sprake was van het aanbieden van effecten en, zo ja, (ii) of het aanbod viel onder de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995. Verder ging het toezicht van AFM niet. Als een partij effecten aanbood met een nominale waarde van ten minste EUR 50.000 was er voor AFM geen (toezichthoudende) rol weggelegd ten aanzien van deze instelling. Voor de vraag of een aanbieding van effecten onder de vrijstelling viel, waren de persoonlijke omstandigheden van de betreffende belegger (consument), anders dan de Stichting c.s. lijken te menen, niet relevant, zodat de AFM zich hierin niet hoefde te verdiepen. Ook overigens was er geen sprake van “doorlopend gedragstoezicht”. AFM was (in ieder geval destijds) niet belast met het (op voorhand) beoordelen van beleggingscontracten en evenmin met het houden van toezicht op de wijze waarop uitvoering werd gegeven aan tussen de aanbieder van de effecten en de belegger en/of derden gesloten overeenkomsten. Kortom, het behoorde niet tot de (toezichthoudende) taak van AFM om te controleren of met de door de (achterban van de) Stichting c.s. ingelegde gelden daadwerkelijk “een polis van een Amerikaanse levensverzekering / Amerikaanse waardepapieren” werd(en) aangekocht “ter dekking” van het ter beschikking gestelde bedrag (zie hiervoor onder 2.12.1, 2.13.1 en 2.14.1). AFM heeft geen toezichts- of handhavingsbevoegdheden ten aanzien van oplichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a, en de alinea staat in dat document op bytes 80684 tot 83041.