Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 april 2014
Onder 4.6. Rechtbank Amsterdam 16 april 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2292.
Op grond van de (tot 1 januari 2007 geldende) Wtk 1992 (zoals thans onder de Wet op het financieel toezicht) is het prudentieel toezicht van DNB gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en het bijdragen aan de stabiliteit van de financiële sector. Krachtens artikel 6 (oud) Wtk 1992 was het verboden het bedrijf van kredietinstelling (bank) uit te oefenen zonder vergunning en op grond van artikel 82 (oud) Wtk 1992 was het verboden opvorderbare gelden aan te trekken van het publiek of daarbij te bemiddelen (zonder vergunning). Ten aanzien van het in artikel 82 (oud) Wtk 1992 opgenomen verbod is van belang dat op grond van artikel 7 (oud) Vrijstellingsregeling Wet toezicht kredietwezen 1992 een vrijstelling gold indien opvorderbare gelden werden verkregen tegen uitgifte van effecten indien de uitgifte van de effecten plaatsvond in overeenstemming met het bij of krachtens de Wte 1995 bepaalde, dus ook als de aangeboden effecten – kort gezegd – een (nominale) waarde hadden van ten minste EUR 50.000 (per effect). Sinds 1 januari 2007 geldt onder de Wet op het financieel toezicht dat partijen die ten minste EUR 50.000 inleggen worden aangemerkt als “professionele marktpartij” en dat een instelling die uitsluitend geld aantrekt van professionele marktpartijen niet wordt aangemerkt als een “bank” (en dus geen vergunning nodig heeft). Partijen die niet beschikten (of beschikken) over een vergunning van DNB, vielen (en vallen) als zodanig niet onder het toezicht van DNB. Ook ten aanzien van DNB geldt dat zij niet was (en is) belast met het (op voorhand) beoordelen van contracten waarbij (opvorderbare gelden) worden aangetrokken en evenmin met het houden van toezicht op de wijze waarop uitvoering werd (en wordt) gegeven aan tussen de instelling die het geld aantrekt en de belegger en/of derden gesloten overeenkomsten. Kortom, het behoorde (ook) niet tot de (toezichthoudende) taak van DNB om te controleren of met de door de (achterban van de) Stichting c.s. ingelegde gelden daadwerkelijk “een polis van een Amerikaanse levensverzekering / Amerikaanse waardepapieren” werd(en) aangekocht “ter dekking” van “het ingelegde bedrag”(zie opnieuw hiervoor onder 2.12.1). DNB hoefde evenmin te toetsen of de betalingen van de participanten aan de commanditaire vennootschappen in de periode van 1 augustus tot en met december 2006 terecht als “leningen” werden aangemerkt of te controleren wat er met de op deze wijze aangetrokken gelden gebeurde (of daarmee Amerikaanse levensverzekeringen werden aangekocht). Ten slotte geldt dat ook DNB geen toezichts- of handhavingsbevoegdheden ten aanzien van oplichting had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a, en de alinea staat in dat document op bytes 87911 tot 90594.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a | shasum -a 256