Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 april 2014
Onder 4.15. Rechtbank Amsterdam 16 april 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2292.
De Stichting c.s. worden niet gevolgd waar zij stellen dat AFM al in januari 2006 vermoedde of zelfs wist dat sprake was van oplichting (ernstige carousselfraude). Hetgeen de Stichting c.s. aanvoeren, rechtvaardigt ook niet de conclusie dat AFM – na het door haar uitgevoerde onderzoek – in november 2006 wetenschap had van oplichting. Allereerst geldt dat AFM de documenten die zij van de betrokkenen in het kader van haar onderzoek (naar mogelijke overtredingen van de Wte 1995) had ontvangen niet hoefde te onderzoeken op mogelijke oplichting. Het behoort immers niet tot de taak van AFM te onderzoeken of de overeenkomsten met beleggers werden nageleefd en of – in dit geval – de ingelegde gelden wel werden aangewend om levensverzekeringen aan te schaffen. Voorts heeft AFM gedaan wat zij moest doen, toen zij oplichting vermoedde: zij heeft aangifte gedaan. Onduidelijk is wat AFM – in het kader van de aan haar toegekende taken en bevoegdheden – anders had moeten doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a, en de alinea staat in dat document op bytes 100292 tot 101293.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a | shasum -a 256