Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 april 2014
Onder 4.22. Rechtbank Amsterdam 16 april 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2292.
De Staat heeft aangevoerd dat de aangifte van AFM onvoldoende grond bood voor het starten van een strafrechtelijk onderzoek terzake oplichting. Weliswaar behelsde de aangifte een aanwijzing voor oplichting maar deze was niet concreet en ook niet gericht tegen concrete (rechts)personen. De Stichting c.s. hebben dat niet weersproken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het OM in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat op dat moment geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan oplichting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a, en de alinea staat in dat document op bytes 107313 tot 107846.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5eb8940e0a6227424eb58b6bae9d3d8a0d2c7334b8004747cd49360ff44ebe1a | shasum -a 256