Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 mei 2014
Onder 4.1. Rechtbank Amsterdam 2 mei 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 mei 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2409.
Uw Advies stelt allereerst dat van een geschil tussen partijen geen sprake is, zodat artikel 438 lid 4 Rv geen toepassing kan vinden. De voorzieningenrechter volgt dit betoog niet. De deurwaarder heeft terecht gesteld dat hij op grond van artikel 478 lid 1 Rv tot taak heeft als deurwaarder die het oudste executoriale beslag gelegd heeft de opbrengst van een loonbeslag te verdelen en dat hij daarbij op een bezwaar is gestuit. Dit bezwaar is dat mogelijk sprake is van een schijnhandeling tussen beslaglegger en beslagdebiteur. In het onderhavige geval zijn Uw Advies en [schuldenaar] het weliswaar eens, maar zal de deurwaarder in zijn hoedanigheid van openbaar ambtenaar met het oog op de belangen van de andere beslagleggers (waaronder ook mogelijke toekomstige beslagleggers) de vraag of hij tot verdeling van het beslag over moet gaan mede op basis van de hem gepresenteerde notariële akte, die als executoriale titel aan het loonbeslag ten grondslag is gelegd, in het kader van een deurwaarderskortgeding aan de rechter voor kunnen leggen. Dit brengt met zich dat Uw Advies en [schuldenaar], als betrokken partijen worden aangemerkt. De deurwaarder wordt zelf immers geen partij in een deurwaarderskortgeding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aabf6d9b652678001030cf1d97269040154395dbbaa0dedb2f31e0dab259af0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aabf6d9b652678001030cf1d97269040154395dbbaa0dedb2f31e0dab259af0, en de alinea staat in dat document op bytes 21961 tot 23193.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2aabf6d9b652678001030cf1d97269040154395dbbaa0dedb2f31e0dab259af0 | shasum -a 256