Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 mei 2014
Onder 4.4. Rechtbank Amsterdam 2 mei 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 mei 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2409.
Voorshands is aannemelijk dat partijen valsheid in geschrifte (artikel 225 Wetboek van strafrecht) hebben gepleegd. Zij hebben immers in de notariële vaststellingsovereenkomst, een geschrift dat is opgesteld om tot bewijs van een enig feit te dienen, met het oogmerk dat als echt en onvervalst te gebruiken, een verklaring opgenomen waarvan zij wisten dat deze onjuist was, te weten dat Uw Advies een vordering van € 20.156,18 heeft op [schuldenaar], terwijl die vordering in werkelijkheid slechts 20% van dat bedrag bedraagt. Er moet dan ook vanuit worden gegaan dat de vaststellingsovereenkomst nietig is op grond van strijd met de openbare orde nu deze dwingendrechtelijke bepalingen van beslagrecht ondergraaft (artikel 3:40 lid 1 BW). Ook moet er vanuit worden gegaan dat de vaststellingsovereenkomst op grond van artikel 3:40 lid 2 BW nietig is wegens strijd met een dwingende wetsbepaling (te weten artikel 225 Wetboek van strafrecht).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aabf6d9b652678001030cf1d97269040154395dbbaa0dedb2f31e0dab259af0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aabf6d9b652678001030cf1d97269040154395dbbaa0dedb2f31e0dab259af0, en de alinea staat in dat document op bytes 25055 tot 26041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2aabf6d9b652678001030cf1d97269040154395dbbaa0dedb2f31e0dab259af0 | shasum -a 256