Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014

Onder 2.35. Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3190.

Bij de beoordeling van de vordering wordt vooropgesteld dat het CDC vrij staat (behoudens misbruik van recht) om een vordering in te stellen tegen die partijen die zij in rechte wenst te betrekken. Op dat uitgangspunt vormt artikel 118 Rv een (beperkte) uitzondering. Artikel 118 Rv heeft alleen betrekking op gevallen waar derden in het geding moeten worden betrokken omdat zodanige deelname rechtens vereist is. Zodanige deelname is rechtens vereist indien (i) de wet dat voorschrijft, (ii) sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding en (iii) het geschil de belangen van derden mede raakt en daarover niet zinvol kan worden beslist zonder tevens hun positie daarin te betrekken. Tot deze laatste categorie behoort de situatie dat een rechterlijke beslissing praktisch onuitvoerbaar zou worden doordat een of meer betrokkenen bij de rechtsverhouding in geding niet als partij aan de procedure hebben deelgenomen en dus niet aan de daarin gewezen beslissing zijn gebonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18b162e2948ca05ae99b97d6a670853a7327338af2106018e3c769b1b406a835. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18b162e2948ca05ae99b97d6a670853a7327338af2106018e3c769b1b406a835, en de alinea staat in dat document op bytes 43544 tot 44546.