Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014

Onder 2.35. Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3190.

De enkele door Akzo en Eka gestelde omstandigheid dat een beslissing in de hoofdzaak de basis zal vormen van een door Akzo en Eka in te stellen vrijwaringszaak tegen de mede-geadresseerden van de beschikking is, ook in samenhang met de mogelijkheid dat Akzo en Eka bij het presenteren van hun verweer in de hoofdzaak minder informatie zullen hebben dan zij zouden hebben ingeval van deelname van derden aan het geding, onvoldoende voor het oordeel dat deelname van die derden rechtens vereist is. Ook zonder deelname van de mede-geadresseerden van de beschikking aan de hoofdzaak kan immers een oordeel worden gegeven over de vraag of Akzo c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor de door CDC gestelde schade. Mocht in de hoofdzaak blijken dat – zoals Akzo en Eka naar voren hebben gebracht – Akzo en Eka verweer moeten voeren met betrekking tot handelingen die uitsluitend dan wel voornamelijk door derden hebben plaatsgevonden, dan zijn er voldoende procesrechtelijke wegen waarlangs Akzo en Eka alsnog de door hen gewenste informatie kunnen verkrijgen en zal indien nodig de omstandigheid, dat zij die informatie niet hebben, worden betrokken bij de beantwoording van de vraag of zij hun verweren voldoende hebben toegelicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18b162e2948ca05ae99b97d6a670853a7327338af2106018e3c769b1b406a835. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18b162e2948ca05ae99b97d6a670853a7327338af2106018e3c769b1b406a835, en de alinea staat in dat document op bytes 44556 tot 45799.