Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014
Onder 2.10. Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3190.
Uit de uitspraken van het Hof van Justitie volgt, dat de nationale rechter bij de beantwoording van de vragen of de verschillende bij hem ingestelde vorderingen samenhangend zijn en of er in geval van afzonderlijke berechting gevaar voor onverenigbare beslissingen bestaat, rekening moet houden met alle noodzakelijke elementen van het dossier (vgl. HvJ 11 oktober 2007, zaak C-98/06 (Freeport/Arnoldsson), r.o. 41 en HvJ 1 december 2011, zaak C-145/10 (Painer/Standard Verlags GmbH), r.o. 83). In het bijzonder geldt dat beslissingen niet reeds tegenstrijdig kunnen worden geacht in de zin van artikel 6 lid 1 EEX-Vo op grond van enkele divergentie in de beslechting van het geschil; van gevaar voor tegenstrijdige beslissingen is pas sprake indien deze divergentie zich voordoet in het kader van eenzelfde situatie, feitelijk en rechtens (vgl. HvJ 13 juli 2006, zaak C-539/03 (Roche Nederland/Primus) r.o. 26, HvJ 11 oktober 2007, zaak C-98/06 (Freeport/Arnoldsson), r.o. 40 en HvJ 1 december 2011, zaak C-145/10 (Painer/Standard Verlags GmbH), r.o. 79).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18b162e2948ca05ae99b97d6a670853a7327338af2106018e3c769b1b406a835. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18b162e2948ca05ae99b97d6a670853a7327338af2106018e3c769b1b406a835, en de alinea staat in dat document op bytes 16459 tot 17528.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18b162e2948ca05ae99b97d6a670853a7327338af2106018e3c769b1b406a835 | shasum -a 256