Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014
Onder 2.13. Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3190.
Verder heeft CDC, naar het oordeel van de rechtbank, haar vorderingen tegen de verschillende gedaagden gestoeld op eenzelfde situatie rechtens: op grond van zowel Europees als nationaal recht is, zo stelt CDC, iedere karteldeelnemer civielrechtelijk hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die het kartel heeft toegebracht aan elk van de afnemers, ongeacht de door die inbreukmaker verrichte gedraging of diens aandeel in de markt waarop de kartelinbreuk plaatsvond. Akzo c.s. hebben hiertegen ingebracht dat Akzo (ook volgens de Europese Commissie) niet heeft deelgenomen aan het kartel, dat voor civiele aansprakelijkheid van Akzo meer nodig is dan haar mededingingsrechtelijke aansprakelijkheid voor de door Eka gepleegde inbreuk, dat de positie van Akzo als moedermaatschappij wezenlijk anders is dan de positie van Eka en Kemira, die aan het kartel hebben deelgenomen, en dat telkens ander recht van toepassing is op de vorderingen tegen Akzo, Eka en Kemira. De rechtbank volgt deze standpunten van Akzo c.s. niet. De vorderingen in de hoofdzaak tegen alle gedaagden betreffen naar het voorlopig oordeel van de rechtbank de vraag naar de civielrechtelijke consequenties van de in de beschikking door de Europese Commissie vastgestelde inbreuk en de daaruit voortvloeiende communautaire mededingingsrechtelijke aansprakelijkheid voor het kartel. Aan Akzo c.s. kan voorshands worden toegegeven dat de positie van Akzo, die de moedermaatschappij van onder meer Eka is, (volgens de beschikking) niet zonder meer op één lijn kan worden gesteld met de positie van Eka en Kemira. Voorshands zal echter de door CDC gestelde marktvervalsing (met de aard en omvang van de consequenties hiervan) bij de beoordeling in de hoofdzaak centraal staan. De geadresseerden van de beschikking worden geacht, zo heeft CDC in het kader van dit incident voldoende toegelicht, dezelfde inbreuk te hebben gepleegd waarvan de gevolgen naar het voorlopig oordeel van de rechtbank in belangrijke mate onder hetzelfde recht moeten worden beoordeeld (welk recht dit is, is een vraag voor later, waarover partijen nog geen debat hebben gevoerd). Daarom moet voorshands worden aangenomen dat sprake is van eenzelfde situatie rechtens. De omstandigheid dat (bij de begroting van de gestelde schade) mogelijk rekening zal moeten worden gehouden met verschillende rechtsstelsels - Akzo c.s. stelt dit en CDC is het hier, subsidiair, mee eens - laat gelet op het voorgaande voorshands onverlet dat eenzelfde situatie rechtens, zoals vereist voor een nauwe band in de zin van artikel 6 EEX-Vo, moet worden aangenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18b162e2948ca05ae99b97d6a670853a7327338af2106018e3c769b1b406a835. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18b162e2948ca05ae99b97d6a670853a7327338af2106018e3c769b1b406a835, en de alinea staat in dat document op bytes 19653 tot 22253.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18b162e2948ca05ae99b97d6a670853a7327338af2106018e3c769b1b406a835 | shasum -a 256