Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 juni 2014

Onder 3.5. Rechtbank Amsterdam 2 juni 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3733.

Voorts heeft verweerder de woning overeenkomstig zijn beleid voor de duur van drie maanden kunnen sluiten. Daarbij acht de rechtbank van belang dat eiser – hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld door verweerder – tijdens de sluiting van de woning geen andere huurder heeft aangedragen en heeft volhard bij het verhuren van de woning via bemiddelingsbureau [naam]. De omstandigheid dat eiser goede ervaringen had met dit bureau acht de rechtbank niet relevant, nu het juist dit bureau is dat had gezorgd voor huurders die de hennepkwekerij in de woning mogelijk hebben gemaakt. Verweerder mocht van eiser verwachten dat deze een nieuwe huurder/bewoner van de woning zou voordragen, alvorens de duur van de sluiting te heroverwegen. Voor zover eiser meent dat hij onevenredig benadeeld is door de duur van de sluiting geldt daarom dat eiser het mede in eigen hand heeft gehad deze duur te verkorten door een bona fide huurder bij verweerder voor te dragen. Van schending van het proportionaliteitsbeginsel of subsidiariteitsbeginsel is daarom geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef4e41a8f3d28e172e70849d3c6ae3f43cd577f8b5be4357c288f09d95afb80d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef4e41a8f3d28e172e70849d3c6ae3f43cd577f8b5be4357c288f09d95afb80d, en de alinea staat in dat document op bytes 13685 tot 14765.