Citaat | Rechtbank Amsterdam 3 juli 2014

Onder 15.6. Rechtbank Amsterdam 3 juli 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 3 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3888.

Verweerder heeft in het verweerschrift gereageerd op het beroep van eisers op artikel 8 van het EVRM. Verweerder heeft aangevoerd dat de zaak Aksu tegen Turkije een ander feitencomplex kent. Hiermee heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank de verlening van de vergunning niet inhoudelijk aan artikel 8 van het EVRM getoetst. De opmerking van verweerder dat het College voor de Rechten van de Mens niet vindt dat Zwarte Piet een racistisch stereotype is, maar dat het college slechts pleit voor een maatschappelijke discussie, berust naar het oordeel van de rechtbank op een onjuiste lezing van de betreffende e-mails. De rechtbank verwijst in dit verband naar hetgeen hierna in rechtsoverweging 15.10.1 wordt overwogen. Gelet op het arrest Aksu tegen Turkije en de stukken die zich in het dossier bevinden, bestond er naar het oordeel van de rechtbank wel aanleiding voor verweerder om te beoordelen of verlening van de vergunning in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Nu verweerder dit niet heeft gedaan, is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit op dit punt niet met de daartoe vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd.. Het bestreden besluit komt daarom voor vernietiging in aanmerking wegens strijdigheid met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d060cd5acb23a1dd575218c6584a03d5792deb9ff3ff328cc493a5b91e125fc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d060cd5acb23a1dd575218c6584a03d5792deb9ff3ff328cc493a5b91e125fc6, en de alinea staat in dat document op bytes 38507 tot 39835.