Citaat | Rechtbank Amsterdam 4 juli 2014

Onder 2. Rechtbank Amsterdam 4 juli 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 4 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:3931.

In beroep voert eiser aan dat artikel 34, tweede lid, van de Wrb met het oog op artikel 6 van het EVRM verdragsconform moet worden uitgelegd. Volgens eiser betekent verdragsconforme uitleg dat wanneer een verdachte vermogen heeft dat de wettelijke grens overschrijdt, maar onder omstandigheden niet kan beschikken over dat vermogen, hij over onvoldoende middelen beschikt om een advocaat te bekostigen én de belangen van een behoorlijke rechtspleging eisen dat hij door een raadsman wordt bijgestaan, de toevoeging niet op grond van artikel 34, tweede lid, van de Wrb mag worden geweigerd. In het geval van eiser is zijn vermogen in beslag genomen door het Openbaar Ministerie en kan hij daarover niet beschikken. Verder geniet eiser een bijstandsuitkering en heeft de officier van justitie verklaard dat bijstand van een advocaat voor eiser gewenst is in de ontnemingsprocedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29fdf6770c845839deb1a86c60cab4eaef16dfafc54520b672278d5ddc235cfd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29fdf6770c845839deb1a86c60cab4eaef16dfafc54520b672278d5ddc235cfd, en de alinea staat in dat document op bytes 8366 tot 9259.