Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 augustus 2014
Onder 3. Rechtbank Amsterdam 1 augustus 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 augustus 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:4647.
Tio legt aan haar vordering primair ten grondslag dat [naam 1] gehouden is tot nakoming van de primaire betalingsverplichting die zij is aangegaan bij het sluiten van de studieovereenkomst. Aangezien [naam 1] slechts een bedrag van € 2.730,00 aan collegegeld heeft betaald, dient zij thans het resterende bedrag aan collegegeld, vermeerderd met het nog verschuldigde bedrag voor de wijnreis aan Tio te voldoen. Subsidiair beroept Tio zich op het annuleringsbeding dat is opgenomen onder punt 7 van haar algemene voorwaarden (hierna: het annuleringsbeding). Nu [naam 1] de studieovereenkomst na 14 januari 2013 heeft beëindigd, is zij 100% van het collegegeld verschuldigd, aldus Tio.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ab2002cbbabc6b49de944fcfae5c74e639d15168f6eb0f963c93b1f28b4b78d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ab2002cbbabc6b49de944fcfae5c74e639d15168f6eb0f963c93b1f28b4b78d, en de alinea staat in dat document op bytes 12869 tot 13594.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ab2002cbbabc6b49de944fcfae5c74e639d15168f6eb0f963c93b1f28b4b78d | shasum -a 256