Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 augustus 2014

Onder 17. Rechtbank Amsterdam 1 augustus 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 augustus 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:4647.

De verschuldigdheid van het collegegeld en aldus van het loon als bedoeld in artikel 7:411 BW is in het onderhavige geval naar het oordeel van de kantonrechter afhankelijk van de volbrenging van de opdracht, althans van het verstrijken van de tijd waarvoor de opdracht is verleend. De studieovereenkomst verplicht Tio immers tot het verrichten van werkzaamheden bestaande uit het geven van onderricht gedurende het gehele eerste schooljaar. De kantonrechter volgt Tio aldus niet in haar stelling dat het collegegeld verschuldigd is vanaf het moment dat de studieovereenkomst tot stand is gekomen. De omstandigheid dat [naam 1] het collegegeld ineens aan het begin van het studiejaar kon voldoen, maakt niet dat het collegegeld op dat moment al (geheel) verschuldigd was. Dit betreft slechts een betalingsafspraak. Vast staat dat [naam 1] gerechtigd was om de studieovereenkomst op 20 maart 2013 op te zeggen. Gelet op het voorgaande gaat de primaire stelling van Tio, dat [naam 1] desalniettemin gehouden is tot nakoming van de betalingsverplichting die zij is aangegaan bij het sluiten van de studieovereenkomst, niet op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ab2002cbbabc6b49de944fcfae5c74e639d15168f6eb0f963c93b1f28b4b78d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ab2002cbbabc6b49de944fcfae5c74e639d15168f6eb0f963c93b1f28b4b78d, en de alinea staat in dat document op bytes 22858 tot 23994.