Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 augustus 2014

Onder 4.4. Rechtbank Amsterdam 6 augustus 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 augustus 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5019.

De rechtbank overweegt het volgende. Artikel 6:89 BW houdt in dat de schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geprotesteerd. Het enkele feit dat, naar ABN AMRO heeft gesteld, de 1-maands Euribor na oktober 2008 is gedaald, hoefde voor Havebo nog geen reden te zijn om te veronderstellen dat ABN AMRO is tekortgeschoten in haar dienstverlening, dan wel om naar zodanig tekortschieten onderzoek te doen. Havebo heeft gesteld dat zij voor het eerst in 2010 overzichten van ABN AMRO heeft ontvangen met daarop de onderliggende waarde van de renteswap en dat deze negatief bleek te zijn en dat zij toen onmiddellijk mondeling bij ABN AMRO heeft geklaagd. ABN AMRO heeft deze stelling van Havebo niet betwist, zodat de rechtbank van de juistheid van deze stelling uitgaat. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Havebo dan ook binnen bekwame tijd geprotesteerd en is er dus geen sprake van verval van rechten als bedoeld in artikel 6:89 BW. Dit verweer slaagt derhalve niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbea068d801a1313a6c52daa4b98fe6a94dd7c703ce32db6c00088b11be85bf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbea068d801a1313a6c52daa4b98fe6a94dd7c703ce32db6c00088b11be85bf0, en de alinea staat in dat document op bytes 47227 tot 48382.