Citaat | Rechtbank Amsterdam 18 augustus 2014
Onder 3.2.2 Rechtbank Amsterdam 18 augustus 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 18 augustus 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5329.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte samen met [persoon 3] en [medeverdachte 4] naar Hongarije is geweest. Het bewijs daarvoor wordt gevormd door de verklaringen van [medeverdachte 4], [persoon 3] en de vrouw van [persoon 3]. [medeverdachte 4] heeft zijn verklaring dat ‘[naam]’ is meegeweest naar Hongarije, waarbij uit de context volgt dat hij daarbij doelt op verdachte, in eenduidiger bewoordingen herhaald bij de rechter-commissaris. De verklaringen van de genoemde andere getuigen geven aan die verklaringen van [medeverdachte 4] steun. Verdachte heeft de reis naar Hongarije ontkend. Gelet op deze ontkenning en het voorafgaande (hierna besproken), gaat de rechtbank uit van de verklaring van [persoon 3], namelijk dat het doel van de reis was het geld in Hongarije op te nemen. Dit vindt steun in de vaststelling dat toen en daar daadwerkelijk het door [persoon 3] genoemde bedrag van zijn rekening is opgenomen. Het anders concluderende verweer van de raadsman verwerpt de rechtbank dan ook.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22d54c3aa69f6659ca1ec002f8f48b6cd787ae52694868a8800fa7fe65e2f324. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22d54c3aa69f6659ca1ec002f8f48b6cd787ae52694868a8800fa7fe65e2f324, en de alinea staat in dat document op bytes 16728 tot 17749.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22d54c3aa69f6659ca1ec002f8f48b6cd787ae52694868a8800fa7fe65e2f324 | shasum -a 256