Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 juli 2014
Onder 3.2. Rechtbank Amsterdam 16 juli 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5330.
Glencore heeft ter onderbouwing van haar vordering hoofdzakelijk dezelfde (sterk samengevatte) stellingen betrokken als bij het eerder in deze procedure opgeworpen incident ex artikel 843a Rv, zoals in het vonnis van 3 april 2013 weergegeven. Naar Glencore stelt, is haar incidentele vordering ingegeven om niet alleen vast te kunnen stellen of de curatoren onrechtmatig jegens Glencore hebben gehandeld, maar ook om vast te kunnen stellen op welke wijze de curatoren hun rechten uit hoofde van artikel 58 Fw hebben uitgeoefend. De onrechtmatigheid is volgens Glencore -kort gezegd en naar de rechtbank begrijpt- enerzijds gelegen in het stellen van de termijn van 15 juni 2012 en de weigering om deze vervolgens ter verlengen, en anderzijds in de passieve houding van de curatoren vóór en na het aflopen van deze termijn en daarna door hen heimelijk verrichte handelingen. Teneinde haar stellingen in de hoofdzaak verder te kunnen onderbouwen heeft Glencore mede gelet op het bepaalde in artikel 6 EVRM een rechtmatig belang bij afgifte van de door haar gevorderde stukken, aldus nog steeds Glencore.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3affa418fdd2a43651163ab10c2411fb9f008f67f782f0e43d0a21e443451e6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3affa418fdd2a43651163ab10c2411fb9f008f67f782f0e43d0a21e443451e6b, en de alinea staat in dat document op bytes 30423 tot 31539.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3affa418fdd2a43651163ab10c2411fb9f008f67f782f0e43d0a21e443451e6b | shasum -a 256