Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 juli 2014

Onder 4.6. Rechtbank Amsterdam 16 juli 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 juli 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5330.

De rechtbank volgt de curatoren in dit verweer. De bevoegdheid van de curator om op de voet van art. 58 Fw de pand- en hypotheekhouders een redelijke termijn te stellen om tot uitoefening van hun rechten over te gaan, strekt naar vaste rechtspraak tot een voortvarende afwikkeling van de boedel (HR 11 april 2008, NJ 2008/222). Indien de pand- of hypotheekhouder het onderpand niet binnen deze termijn heeft verkocht, dan kan de curator op grond van deze bepaling de goederen opeisen en met toepassing van de artikelen 101 of 176 Fw verkopen, onverminderd het recht van de pand- en hypotheekhouders op de opbrengst. De pandhouder behoudt dan weliswaar zijn voorrang (op de opbrengst), maar hij dient wel mee te delen in de omslag van de algemene faillissementskosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3affa418fdd2a43651163ab10c2411fb9f008f67f782f0e43d0a21e443451e6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3affa418fdd2a43651163ab10c2411fb9f008f67f782f0e43d0a21e443451e6b, en de alinea staat in dat document op bytes 51574 tot 52355.