Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 september 2014
Onder 4.1. Rechtbank Amsterdam 17 september 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 september 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5661.
De curator heeft ter gelegenheid van de comparitie toegelicht dat zijn stellingen ter onderbouwing van het primair en subsidiair gevorderde in de kern hierop neerkomen, dat [gedaagde 4] en [gedaagden 1, 2 en 3] medio september 2010, dan wel op 29 juli 2010, wisten of behoorden te weten dat het businessplan van Thieme niet zou slagen, dat het faillissement onafwendbaar was en dat schuldeisers zouden worden benadeeld door het overwaardearrangement. Het businessplan van Thieme was onvoldoende sterk, de liquiditeitsprognoses van het bestuur dan wel van [bedrijf 1] waren onvoldoende betrouwbaar (prognoses uit het verleden bleken telkens onjuist), uit de analyse van KPMG (uitgaande van cijfers van de onderneming, zonder eigen onderzoek) bleken zeer ernstige (liquiditeits)problemen en het bestuur had geen (reëel) plan voor de betaling van openstaande fiscale schulden van € 2 miljoen, aldus de curator. De curator heeft gewezen op de volgende bevindingen van KPMG in haar rapport van 21 juli 2010 (dagv. 2.23):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0798ed957c7d41a6796161c14708cb09bfd9c61c34968bae8247109d21ab6c44. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0798ed957c7d41a6796161c14708cb09bfd9c61c34968bae8247109d21ab6c44, en de alinea staat in dat document op bytes 27605 tot 28636.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0798ed957c7d41a6796161c14708cb09bfd9c61c34968bae8247109d21ab6c44 | shasum -a 256