Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 oktober 2014
Onder 4.3 Rechtbank Amsterdam 16 oktober 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7083.
De raadsvrouw heeft betoogd dat er geen sprake was van een redelijk vermoeden van overtreding van de Opiumwet dat aanleiding gaf voor het binnentreden in de loods door de verbalisanten op 28 februari 2013. De warme lucht die zij ondervonden, is niet te herleiden tot de ruimte die later is doorzocht. Bovendien is het onjuist dat, zoals volgens de verbalisanten uit het vervolgonderzoek bleek, verdachte meerdere antecedenten heeft terzake de Opiumwet, hetgeen bijdroeg aan het vermoeden van overtreding van de Opiumwet. Verdachte heeft één antecedent, welke bovendien ten tijde van de start van het onderzoek ruim zes jaar oud was. Nu er geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld, was het binnentreden van de verbalisanten in de loods op 28 februari 2013 onrechtmatig. Er is sprake van een vormverzuim zoals bedoeld in artikel 359a Sr, op grond waarvan de in de loods aangetroffen goederen dienen te worden uitgesloten van het bewijs, aldus de raadsvrouw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7bb4a5194fa00f2a3d897da3324e1263a4aef3569534205f34143767f4901e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7bb4a5194fa00f2a3d897da3324e1263a4aef3569534205f34143767f4901e7, en de alinea staat in dat document op bytes 8837 tot 9821.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7bb4a5194fa00f2a3d897da3324e1263a4aef3569534205f34143767f4901e7 | shasum -a 256