Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 oktober 2014
Onder 4.3 Rechtbank Amsterdam 16 oktober 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7083.
De rechtbank is van oordeel dat dit verweer moet worden verworpen. Verdachte heeft verklaard dat na 2006 door de compagnons van coffeeshop [naam] besloten is dat hij niet meer bij de inkoop en bevoorrading van de shop betrokken zal zijn, gelet op zijn strafrechtelijke veroordeling. De keuze voor de samenwerkingsvorm en taakverdeling, waarbij verdachte zich voornamelijk bezighield met de administratie en het personeel en zijn compagnon, medeverdachte [medeverdachte], de inkoop deed, is daarmee bewust gemaakt. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij uiteindelijk wel wist dat er een voorraad softdrugs in de loods lag. De rechtbank overweegt dat hij er vervolgens zelf voor heeft gekozen niet te informeren naar de feitelijke grootte van die voorraad. Uit die gedraging leidt de rechtbank af dat hij als mede-eigenaar van de coffeeshop bewust de aanmerkelijke kans aanvaard heeft dat de aangetroffen hoeveelheid drugs aanwezig was. Daarmee acht de rechtbank bewezen dat sprake was van voorwaardelijk opzet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7bb4a5194fa00f2a3d897da3324e1263a4aef3569534205f34143767f4901e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7bb4a5194fa00f2a3d897da3324e1263a4aef3569534205f34143767f4901e7, en de alinea staat in dat document op bytes 11274 tot 12312.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7bb4a5194fa00f2a3d897da3324e1263a4aef3569534205f34143767f4901e7 | shasum -a 256