Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 oktober 2014
Onder 8 Rechtbank Amsterdam 16 oktober 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7083.
Zoals eerder in uitspraken van andere rechterlijke instanties in vergelijkbare zaken is overwogen, doet hier zich het merkwaardige en niet anders dan als paradoxaal aan te duiden feit voor dat de exploitatie van een coffeeshop die zich – blijkens het dossier en de ter terechtzitting overgelegde stukken – aan de zogenaamde AHOJ-G-criteria hield, gedoogd wordt waar het de in die criteria genoemde handelingen dan wel het nalaten daarvan betreft, maar dat de bevoorrading, het aanhouden van een – voor een behoorlijke bedrijfsvoering evident noodzakelijke, en daarmee de toegestane handelsvoorraad van 500 gram overschrijdende – voorraad en de aankoop van de verdovende middelen bij kwekers dan wel tussen- of groothandelaren onverminderd verboden zijn en even zoveel strafbare feiten opleveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7bb4a5194fa00f2a3d897da3324e1263a4aef3569534205f34143767f4901e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7bb4a5194fa00f2a3d897da3324e1263a4aef3569534205f34143767f4901e7, en de alinea staat in dat document op bytes 18797 tot 19614.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7bb4a5194fa00f2a3d897da3324e1263a4aef3569534205f34143767f4901e7 | shasum -a 256