Citaat | Rechtbank Amsterdam 13 november 2014
Onder 2.10. Rechtbank Amsterdam 13 november 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 13 november 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7583.
Verzoekers wensen thans dat de rechtbank alsnog een voorlopig getuigenverhoor beveelt. Aanvankelijk hadden verzoekers slechts aangegeven dat in een aantal gevallen de bank de vraag niet of onvolledig had beantwoord en dat in een aantal andere gevallen de antwoorden weinig concreet zijn. Nadat de rechtbank verzoekers bij e-mail van 27 juni 2014 te kennen had gegeven dat deze toelichting – in het licht van de ter zitting gemaakte afspraken tussen partijen – onvoldoende was, heeft de advocaat van verzoekers aan de hand van de door de bank gegeven antwoorden nader gemotiveerd waarom verzoekers nog steeds een voorlopig getuigenverhoor wensen. Bij deze motivering valt op dat bij een groot aantal antwoorden van de bank een opmerking wordt geplaatst (een stelling wordt geponeerd) waaruit blijkt dat verzoekers het met het antwoord van de bank niet eens zijn of waaruit blijkt dat zij vinden dat de bank niet juist handelde door te handelen zoals zij deed. Uit de toelichting blijkt niet zozeer van concrete – door de bank onbeantwoord gelaten – vragen die van belang zijn voor de beoordeling van het geschil tussen partijen. Uit deze nadere toelichting komt – zoals de bank grotendeels ook heeft aangegeven in haar nadere verweerschrift – het volgende beeld naar voren:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/961331bca65bad0e1edcbdb1d46058ad675919b0e3a2ca7c59c6d4cd30d783df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 961331bca65bad0e1edcbdb1d46058ad675919b0e3a2ca7c59c6d4cd30d783df, en de alinea staat in dat document op bytes 21488 tot 22785.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/961331bca65bad0e1edcbdb1d46058ad675919b0e3a2ca7c59c6d4cd30d783df | shasum -a 256