Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 januari 2014

Onder 4.5. Rechtbank Amsterdam 29 januari 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 januari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:781.

Nu niet is betwist dat er ten tijde van de ingebrekestelling door De IJssel, een achterstand van meer dan twee maanden in de betaling van de vervallen maandtermijnen bestond en dat daarna niet binnen de door De IJssel gestelde termijn de achterstand is voldaan, heeft dat tot gevolg dat op grond van artikel 9, onder a, van de Algemene Voorwaarden het krediet in zijn geheel opeisbaar is geworden. De vordering van De IJssel is daarom in beginsel toewijsbaar. Voor zover [gedaagde] daartegen heeft aangevoerd dat de hoogte van de vordering van De IJssel voor haar niet is te doorgronden, wordt overwogen dat de rechtbank in het proces-verbaal van de op 3 oktober 2013 gehouden comparitie De IJssel in de gelegenheid heeft gesteld een specificatie te overleggen waaruit blijkt wat de hoofdsom is, exclusief de gevorderde contractuele rente. De overzichten die De IJssel bij akte van 23 oktober 2013 als productie 5 en 6 heeft overgelegd, bevatten die contractuele rente echter wel, zoals op zich terecht door [gedaagde] in haar reactie bij akte van 6 november 2013 aangevoerd. Desalniettemin blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de op 23 oktober 2013 ontvangen producties voldoende, dat de betalingen die na de opname van de hoofdsom van EUR 30.000,- op 30 december 2008 door [gedaagde] zijn verricht, uitsluitend zien op betaling van vervallen rentetermijnen. Op de hoofdsom zelf is blijkens die overzichten nimmer enig bedrag in mindering betaald. Vanaf 10 oktober 2010 heeft [gedaagde] ook geen bedrag meer in mindering op de vervallen rentetermijnen voldaan. Als gevolg daarvan bedroeg het totale uitstaande saldo (hoofdsom + contractuele rente) ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding op 12 mei 2011, een bedrag van EUR 35.439,81. De door [gedaagde] in haar akte van 6 november 2013 nog genoemde deurwaarderskosten zijn van een latere datum en zijn dus niet in dat bedrag inbegrepen. Geoordeeld wordt dat De IJssel met voormelde overzichten haar vordering op [gedaagde] voldoende heeft onderbouwd en gespecificeerd. Dit betekent dat de door De IJssel gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen, vermeerderd met de gevorderde contractuele rente van 10,4% per jaar (welk percentage binnen de marges van de Wet op het Consumentenkrediet valt).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edc674facd235d9515ee661dcd604150f8777180e78b8742d8120a209c384fd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edc674facd235d9515ee661dcd604150f8777180e78b8742d8120a209c384fd9, en de alinea staat in dat document op bytes 23638 tot 25924.