Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 december 2014
Onder 4.1 Rechtbank Amsterdam 2 december 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8273.
Ingevolge artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is een verdachte iemand “te wiens aanzien uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit”. Uit de toelichting volgt dat er sprake moet zijn van een specifiek strafbaar feit. De verdenking dat de verdachte wel eens iets verkeerds gedaan zou kunnen hebben, is onvoldoende. Dat lijkt in de onderhavige zaak echter wel de redenering van verbalisanten te zijn geweest en dus was er geen sprake van een concrete verdenking die verder optreden rechtvaardigde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68e60bea64925765fc52ba3bdc0f18b5e1c594e0c45a452359d05be0525a714f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68e60bea64925765fc52ba3bdc0f18b5e1c594e0c45a452359d05be0525a714f, en de alinea staat in dat document op bytes 7942 tot 8532.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/68e60bea64925765fc52ba3bdc0f18b5e1c594e0c45a452359d05be0525a714f | shasum -a 256