Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 december 2014
Onder 4.3 Rechtbank Amsterdam 10 december 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8334.
6. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 10 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ4617), hanteren de hoogste bestuursrechters alle als uitgangspunt dat, in het geval van niet aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnd document, het bestuursorgaan aannemelijk dient te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc5d55085260b3f847901e32a9e9bbf76507be1271e7d7a5cacf3340dd0d70fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc5d55085260b3f847901e32a9e9bbf76507be1271e7d7a5cacf3340dd0d70fa, en de alinea staat in dat document op bytes 11498 tot 12231.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc5d55085260b3f847901e32a9e9bbf76507be1271e7d7a5cacf3340dd0d70fa | shasum -a 256