Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 september 2014

Onder 4.2. Rechtbank Amsterdam 10 september 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 september 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8484.

Voor het aannemen van een schending van de (maatschappelijke) zorgplicht van de bank jegens een partij met wie zij geen (pre)contractuele relatie onderhoudt, is in ieder geval subjectieve wetenschap vereist (van medewerker(s)) van de bank ten aanzien van, in het onderhavige geval, een ongebruikelijk verloop van de rekening van de frauderende rekeninghouder (i.c. [naam besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid]). Voorts is, gelet op de omvang van het betalingsverkeer en de daarmee gepaard gaande geautomatiseerde verwerking daarvan, voorwaarde dat de bank kennis draagt van de potentiële risico’s voor derden. Gesteld noch gebleken is dat (medewerker(s) van) de bank geweten heeft/hebben van een ongebruikelijk verloop op de rekening van [naam besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid] vóórdat het onderzoek naar aanleiding van de melding van begin augustus 2007 van contante opnames door [naam 3] bij Holland Casino is uitgevoerd. Integendeel, de verantwoordelijke accountmanager [naam 2] heeft op 21 juni 2007 verklaard dat hij na bestudering van het verloop van de rekening van [naam besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid] uitsluitend crediteringen door de obligatiehouders en overmakingen naar Turkije voor de bouw en uitkeringen ten gunste van de obligatiehouders heeft waargenomen (2.4). Het wantrouwen richtte zich volgens zijn verklaring niet op [naam besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid] (maar kennelijk uitsluitend op [naam 1]). [eisers] heeft nog gesteld dat wantrouwen jegens [naam besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid] op zijn plaats was omdat gebleken was dat de rente betalingen aan obligatiehouders werden voldaan uit de inleg van nieuwe obligatiehouders. De bank heeft in reactie daarop ter comparitie gesteld (en de rechtbank volgt haar daarin, nu dit betoog niet onaannemelijk voorkomt en in het licht van de magere onderbouwing door [eisers] een voldoende betwisting vormt) dat dit een geenszins ongebruikelijke gang van zaken is bij dergelijke vastgoed projecten, aangezien in de fase waarin het project nog gerealiseerd moet worden geen huurinkomsten worden genoten, terwijl er al wel renteverplichtingen jegens de obligatiehouders moeten worden voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f58ca954e02dd2cac950837aed0916b57cb45fbc207e0de0e31741efc5eae3c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f58ca954e02dd2cac950837aed0916b57cb45fbc207e0de0e31741efc5eae3c2, en de alinea staat in dat document op bytes 17758 tot 20028.