Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 december 2014
Alinea 58 Rechtbank Amsterdam 19 december 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:8731.
14. Uit het feit dat [eiseres] geld in haar broekzak stopt valt niet automatisch af te leiden dat zij dit buiten het bereik van Buon Giorno heeft willen houden. Het is echter niet te begrijpen waarom [eiseres] het geld op dat moment niet gewoon laat liggen op de bar of het meteen in de kassa of fooienpot doet. Er is voldoende ruimte en het lijkt niet druk. Deze beelden bieden voorts steun voor de verklaring van [naam 2] dat [eiseres] ontkende de 50 cent te hebben zien liggen en zij daar pas even later mee op de proppen kwam nadat zij het buiten het zicht van [naam 2] uit haar zak had gehaald. Het gedrag van [eiseres] komt stiekem over en wekt de indruk dat zij uitsluitend doordat zij door [naam 2] werd aangesproken het geld in de fooienpot heeft gedaan. Van een “vrijwillige terugtred” kan dan ook moeilijk worden gesproken. Slotsom is dat voldoende aannemelijk is Buon Giorno in een eventueel te voeren bodemprocedure de door haar gestelde toedracht kan aantonen door het horen van getuigen en aan de hand van camerabeelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7668a56bc9f062cc464c8657525449061e34fdce69ac3eb42ffdfe99d1aa02f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7668a56bc9f062cc464c8657525449061e34fdce69ac3eb42ffdfe99d1aa02f0, en de alinea staat in dat document op bytes 23070 tot 24123.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7668a56bc9f062cc464c8657525449061e34fdce69ac3eb42ffdfe99d1aa02f0 | shasum -a 256