Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 december 2014
Onder 1.2 Rechtbank Amsterdam 30 december 2014
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:9323.
6. Verweerder stelt zich in zijn reactie van 5 november 2014 op het standpunt dat de omstandigheid dat eiseres gedurende een periode in detentie in het kader van haar resocialisatie en opleiding werkzaamheden heeft verricht op een school buiten een penitentiaire inrichting, niet betekent dat over die periode gezegd kan worden dat ‘geen sprake is geweest van vrijheidsbeneming’ zoals bedoeld in paragraaf 3.1.1 van de Beleidsregels. Ten aanzien van de vakbekwaamheid van eiseres als docente, die verweerder nooit heeft betwist, overweegt verweerder dat die geen verband houdt met de beoordeling of afgifte van een VOG in haar geval gerechtvaardigd zou zijn en of verweerder in redelijkheid tot het benutten van de bijzondere weigeringsgrond kon besluiten. Met de stelling, dat juist de mensen die met eiseres hebben gewerkt bij uitstek kunnen beoordelen of er sprake is van een risico of een belemmering om in het onderwijs te functioneren, gaat eiseres eraan voorbij dat die ‘collega’s’ uitsluitend een oordeel kunnen geven over de vakbekwaamheid en inzet van eiseres en niet over de veiligheidsaspecten die met inachtneming van de Beleidsregels door verweerder worden betrokken in de beoordeling van een VOG aanvraag. Uit het bestreden besluit blijkt ook dat verweerder zich wel degelijk rekenschap heeft gegeven van de door de overgelegde producties ondersteunde omstandigheden, zoals onder meer, dat eiseres een groot deel van haar arbeidzame leven in het onderwijs werkzaam is geweest en dat zij zich, door de haar gedurende detentie geboden mogelijkheden, als docente (verder) heeft gekwalificeerd. Het feit dat het strafbare feit is begaan in de privésfeer is niet relevant voor de beoordeling. Voorts heeft de Afdeling zich in de zaak van eiseres ook niet uitgelaten over het tijdsverloop, dat toen ook al aanzienlijk was, maar een oordeel gegeven over het standpunt dat afgifte van een VOG onverantwoord was. In de afgelopen drie jaar zijn de relevante omstandigheden niet wezenlijk veranderd en het is aan verweerder om te bepalen welk gewicht toekomt aan het sinds de veroordeling verstreken tijdsverloop, in relatie tot de omstandigheden die verweerder dient te betrekken in zijn beslissing om tot toepassing van de bijzondere weigeringsgrond over te gaan. Verweerder heeft de huidige omstandigheden wel degelijk betrokken bij zijn beoordeling, aldus verweerder
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/affe10a07bdbb6e3d1bef7139005dc170cc408b906123e701a55d82539c25ffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt affe10a07bdbb6e3d1bef7139005dc170cc408b906123e701a55d82539c25ffe, en de alinea staat in dat document op bytes 16659 tot 19057.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/affe10a07bdbb6e3d1bef7139005dc170cc408b906123e701a55d82539c25ffe | shasum -a 256