Citaat | Rechtbank Amsterdam 30 december 2014

Onder 7.3 Rechtbank Amsterdam 30 december 2014

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 30 december 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:9323.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder allereerst in redelijkheid zwaar gewicht heeft kunnen toekennen aan de aard en het karakter van de beoogde functie van eiseres, die als docente in aanraking zal komen met (minderjarige) leerlingen, waarbij sprake kan zijn van één op één relaties met een (tijdelijke) afhankelijkheid. Verweerder heeft ten aanzien van de door eiseres overgelegde referenties kunnen overwegen dat de collega’s van eiseres uitsluitend een oordeel kunnen geven over de vakbekwaamheid en inzet van eiseres en niet over de veiligheidsaspecten die met inachtneming van de Beleidsregels door verweerder betrokken moeten worden in de beoordeling van een VOG aanvraag. In dit verband overweegt de rechtbank dat verweerder voor de beoordeling van het risico op herhaling door eiseres niet gehouden was om een reclasseringsrapportage te laten opmaken. Naar het oordeel van de rechtbank had het op de weg van eiseres als aanvrager gelegen om, indien zij dit noodzakelijk achtte, ter zake van het recidiverisico zelf een deskundigenrapportage op te laten maken en in de procedure te brengen. De rechtbank overweegt voorts dat verweerder de omstandigheden van het strafbare feit in zijn overweging heeft betrokken en heeft overwogen dat het Gerechtshof het eiseres zwaar heeft aangerekend dat zij rekening hield met een confrontatie met het slachtoffer en desondanks het conflict niet uit de weg is gegaan maar een confrontatie heeft laten plaatshebben waarbij gebruik van vuurwapens door eiseres en haar echtgenoot niet is geschuwd. Eiseres en haar echtgenoot hebben met (door)geladen wapens het ongewapende slachtoffer opgewacht en eiseres heeft een van twee (ieder afzonderlijke zijnde) fatale schoten gelost. Verweerder heeft daarbij ook de strafmotivering van het Gerechtshof mogen betrekken, waarin geoordeeld is dat het een feit betreft waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Verweerder heeft het aanzienlijke tijdsverloop van 22 jaar na de veroordeling van dit strafbare feit in de beoordeling betrokken. Daarbij heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het tijdsverloop sinds eerder aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 9 november 2011 in de zaak van eiseres niet zodanig is dat het oordeel van de Afdeling zoals hiervoor onder 4 is weergegeven is achterhaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/affe10a07bdbb6e3d1bef7139005dc170cc408b906123e701a55d82539c25ffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt affe10a07bdbb6e3d1bef7139005dc170cc408b906123e701a55d82539c25ffe, en de alinea staat in dat document op bytes 20388 tot 22732.