Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 december 2015

Onder 5.1. Rechtbank Amsterdam 24 december 2015

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:10000.

Uitgangspunt bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige is dat de rechter in beginsel op de voet van artikel 186 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), gelezen in samenhang met artikel 166 Rv, een getuigenverhoor beveelt zo vaak een partij dit verzoekt, indien de te bewijzen feiten zijn betwist, het bewijs daarvan door getuigen is toegelaten en de te bewijzen feiten tot een beslissing in de zaak kunnen leiden. Het voorlopig getuigenverhoor strekt er vooral toe verzoeker bij een eventueel naderhand aanhangig te maken bodemprocedure de gelegenheid te bieden vooraf opheldering te verkrijgen omtrent de (hem wellicht nog niet precies bekende) feiten, zulks teneinde hem in staat te stellen zijn positie beter te beoordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cefbe77076d9579184ca61bfb75e6b8d061f1631ca8429e331443b0e51c4f647. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cefbe77076d9579184ca61bfb75e6b8d061f1631ca8429e331443b0e51c4f647, en de alinea staat in dat document op bytes 33478 tot 34245.